SCHELLINKHOUT – In de loop van de zaterdagavond was een 12 meter lang zeiljacht met aan boord twee volwassenen en een teckel voor anker gegaan in de buurt van de ondieptes bij de Schelphoek voor Schellinkhout. Op een gegeven moment heeft men de motor gestart, zonder in de gaten te hebben dat de boot over het anker heen gedreven was. De ankerketting liep subiet de schroef in en daarmee lag alles muurvast. Geen motor en geen mogelijkheden om het anker te lichten.

Om bijna 23.00 uur, enkele opstappers stonden al op het punt om in de pyjama te stappen, gingen de piepers. Nog geen 10 minuten later waren beide boten op weg richting Schellinkhout. Eenmaal aangekomen was de eerste crisis om te bepalen wat er nu precies gebeurd was. Zouden we in den blinde een sleepverbinding hebben gemaakt en zijn gaan sjorren, dan zou het anker of de ankerlijn ook bijvoorbeeld het roer naar de filistijnen kunnen helpen. Het was weliswaar al laat, maar we houden de boel wel graag heel.

Met de bijboot van het zeiljacht en met de Mantelmeeuw werd het jacht rondom geïnspecteerd om te bepalen hoe de boel nu precies zat. Daarbij werd vastgesteld dat de romp flinke schade had opgelopen door de als een snaar gespannen staande ankerlijn. Maar of het anker nog vast zat aan de ankerlijn en waar het uithing, werd er niet duidelijker door. Uit het ruim van de Zeehond (vergelijkbaar met de tas van Mary Poppins; je kunt het zo gek niet bedenken of je vindt het daar) werd een dreg opgevist waarmee men rondom de boot aan de gang ging. Ook dat leverde niets op. Tot slot werd een ankerlijn (die zinken in tegenstelling tot de meeste trossen) over de gehele lengte onder de boot door gehaald. Die kwam zonder blokkades weer boven. De conclusie: of de ankerlijn is gebroken en het anker is geen probleem meer, of de zaak is zo heftig om de schroefas gedraaid dat het anker zelf ook tegen de schroefas is geplakt.

Daarmee was voor ons duidelijk dat slepen waarschijnlijk geen verdere schade zou veroorzaken. Om 01.00 ging de boel op weg richting Grashaven in Hoorn achter de Mantelmeeuw. De Zeehond ondertussen ging vooruit om een aanlegplek te zoeken. Dat viel nog niet mee. Overal lag alles 3 rijen dik. We waren al bijna zo ver om de boel bij de meldsteiger af te meren (waar de havenmeester nooit erg blij van wordt) toen uiteindelijk diep in de haven een geschikt plekje werd gevonden. Met de Mantelmeeuw langszij het jacht werd ze voorzichtig naar dat plekje gemanoeuvreerd.

Tegen 2 uur kon de reis terug naar Wijdenes worden begonnen, maar die verliep niet vlekkeloos. De Mantelmeeuw meldde al snel dat de gang er uit was. De techneuten aan boord hadden vlug door wat er aan de hand was. Met wat gereedschap en een litertje hydroliekolie zou de boel op te lossen zijn. Ook dat werd opgediept uit de tas van Mary Poppins. Maar om de reparatie in het pikdonker midden op het water uit te voeren vond men geen erg goed idee. De Zeehond heeft daarop sleepverbinding gemaakt. Beide boten bereikten tegen 3 uur ’s nachts de haven. Vervolgens is bij het licht van de steiger de reparatie alsnog uitgevoerd. Om 3.30 uur ‘deed ze het weer’ en kon iedereen naar bed.

Reddingsbrigade Wijdenes